WAAROM MOETEN MENSEN OP EEN VERSCHILLENDE MANIER SQUATTEN?

WAAROM MOETEN MENSEN OP EEN VERSCHILLENDE MANIER SQUATTEN?

Er is absoluut geen ‘one size fits all’ squatpositie!

 

Dit artikel helpt je inzicht te krijgen waarom sommige mensen tijdens een squat de tenen naar buiten laten wijzen en waarom sommigen geen diepe squat kunnen maken of problemen hebben met een ‘one leg squat’ terwijl anderen hier totaal geen problemen mee hebben.

 

ANATOMIE  VAN DE HEUP

 

Het heupgewricht bestaat uit twee onderdelen: een kom in het bekken (acetabulum) en de kop van het dijbeen (caput femoris). De heup is een typisch kogelgewricht, dat een goede beweeglijkheid toelaat en tegelijk ook een grote stabiliteit biedt.

Het gewricht is door zijn bouw veelassig d.w.z. het laat bewegingen toe in verschillende richtingen: deze beweeglijkheid is noodzakelijk voor dagelijkse activiteiten als stappen, lopen, springen, hurken en trappen lopen.

Zowel femurkop als acetabulum is bedekt met een laag zeer glad kraakbeen.

Het gewrichtskraakbeen heeft een schokabsorberende functie en daarnaast zorgt het ervoor, in combinatie met de synovia, dat de gewrichtsvlakken vrijwel zonder wrijving langs elkaar heen kunnen bewegen. Dit zorgt ervoor dat de bewegingen soepel en pijnloos kunnen plaatsvinden.

Rondom het gewricht bevinden zich zeer stevige spieren en een kapsel, die bijdragen aan de stabiliteit van het gewricht.

Aan de zijkant van de heup, ver buiten het gewricht, loopt een peesplaat van de bekkenkam - over het uitstekende bot van het dijbeen - naar de knie. Daar bevindt zich de slijmbeurs van de heup.

Er zijn veel gewrichten die meespelen bij een juiste uitvoering van een squat maar in dit artikel focussen we ons op de heupen.

 

 

 

ANATOMISCHE VERSCHILLEN

 

Anatomische variaties op de heup zorgen ervoor dat sommige sporters en yogabeoefenaars nooit in staat zullen zijn om een diepe squat of hurkhouding in de juiste vorm te kunnen uitvoeren (Lamontagne 2009).

Als iemand moeite heeft met een squat gaan vaak de tenen naar buiten of verkiezen ze een bredere squatpositie. Waarbij vaak gedacht wordt dat men gewoon te stijf is. De heupen zijn stijf en dienen dus gemobiliseerd dienen te worden. Maar klopt dit wel altijd?

 

 


Foto 1 (Paul Grilley)

 

Als je kijkt naar bovenstaande foto zie je 2 dijbenen van 2 verschillende personen. De ene kop wijst meer naar boven, de andere kop wijst meer naar beneden. Denk je dat deze mensen op dezelfde manier moeten squatten of hurken?

 

Foto 2 (Paul Grilley)

 

Foto 2 laat zien dat de kop van het dijbeen links op de foto meer uitsteekt dan de kop van het dijbeen rechts op de foto. Dit beïnvloedt de techniek van de squat- en hurkhouding. Behandeling van spieren, ligamenten, pezen en ander zacht weefsel van het lichaam zal niets veranderen aan de biomechanische beweging van het heupgewricht.

 

 

Foto 3 (Paul Grilley)

 

Kijk nu naar foto nummer 3 hierboven. Je ziet dat elke kop naar een andere hoek wijst.

Individueel bestaan er dus veel verschillen.

Bij de “narrow stance squat” (squat met een smalle voetplaatsing) zal bij één van deze mensen compressie van het bot optreden, terwijl de ander juist uitblinkt in deze “smalle squat”.

Anderzijds zal de één een prima “wide stance squat” (squat met een brede voetplaatsing) kunnen maken, terwijl de ander hierbij juist pijn zal ervaren. Nu je het verschil ziet snap je waarschijnlijk waarom iedereen een andere squatpositie moet innemen.

 

 

Foto 4 (Paul Grilley)

 

Het wordt nog interessanter als je naar de heupkom kijkt. Kijk naar foto 4. Links kan je in de heupkom kijken. Deze persoon zal een prima ‘narrow stance squat’ kunnen maken. Rechts zie je een heel ander beeld. Bij deze persoon zal een squat met een smalle voetplaatsing minder soepel verlopen.

 

 


Foto 5 (Paul Grilley)

 

Kijk nu naar foto 5. Opnieuw zien we het verschil tussen de heupkommen links en rechts op de foto.

Het is absoluut onmogelijk dat deze twee mensen op dezelfde manier kunnen squatten/hurken.

Deze foto laat duidelijk zien waarom bepaalde squathoudingen voor bepaalde mensen gemakkelijk zijn en voor anderen nooit haalbaar vanwege hun botstructuur.

 

Er is dus sprake van botcompressie, dit heeft dus niets met spierspanning te maken.

 

 

Foto 6 (Paul Grilley)

 

Op foto 6 zie je de heupkom van opzij. De één wijst naar buiten en de ander wijst naar de voorkant en naar beneden. Wie zal een goede technische “one leg squat” kunnen uitvoeren denk je?

 

 

Foto 7           “One leg squat”

 

Wat ik hierboven heb besproken zal hopelijk enig licht werpen op “het waarom”. 

Met een beetje lichaamsbewustzijn voel je zelf heel goed wat jouw squatpositie moet zijn. Een goede docent(e) kan je hierbij helpen.  De één is dus gebaat bij een ”narrow stance squat” en de ander bij een “wide stance squat”. Dat hoeft dus niet met spieren of gewrichts-kapsels te maken te hebben, maar kan dus alles met botstructuur te maken hebben.

 

 

 

Bronnen: paulgrilley.com, ptdc.com